Eiland De Woude

 

Home
Omhoog

Modern sprookje, geschreven en voorgelezen tijdens de kermis in De Woude op 6 augustus 2005.

De Koningin van Castricum

Er was eens een dorp met gelukkige mensen.

Iedereen was de hele dag gelukkig en iedereen wilde met elkaar trouwen.

Als er eentje jarig was kwamen de anderen allemaal. Met bloemen en kleine cadeaut jes .

 

Op een dag kwam er een man die niemand kende. Hij vroeg wat te drinken en of hij kon blijven slapen.

Slaap maar in het hooi, zei ome Dick tegen de man.

De volgende ochtend vertrok hij zonder iets te zeggen.

Wat de mensen van het dorp niet wisten was dat hij de koerier was van de Koningin van Castricum.

De Koningin van Castricum stuurde elke jaar haar koerier op pad om te zoeken naar iets nieuws. Ze wilde steeds iets nieuws. Het donderde niet wat, als het maar iets nieuws was.

Deze keer kwam de koerier hijgend het paleis binnen.

Ma jes teit, ma jes teit, ik heb nu zo iets nieuws gevonden, dat u het niet geloven kan, het is het nieuwste van het nieuwste: Een dorp waar alle mensen gelukkig zijn en iedereen met elkaar wil trouwen en als er eentje jarig is komen de anderen allemaal.

Met bloemen en kleine cadeaut jes .

Mmmm, zei de koningin, geen grote cadeaut jes ?

Nee, zei de koerier, kleine en iedereen is er tevreden.

De Koningin van Castricum stond op en riep, ik wil ook tevreden zijn en met iedereen trouwen, ik wil dat dorp, het moet ingelijfd worden bij mijn rijk.

En zo geschiedde.

De mensen in het dorp kregen een brief. Ze moesten voortaan gehoorzamen aan de Koningin van Castricum

Toen ging het mis.

De koninging stuurde om de haverklap een mannetje naar het dorp. Hij heette Nico Niet in Orde.

Nico Niet in Orde moest kijken wat er allemaal niet in orde was in het dorp en dat dan aan de koningin komen vertellen.

Als bij de mensen een raam open stond, zei hij dat tegen de koningin en die schreef dan een brief.

Uw raam staat open zonder dat u daar vergunning voor heeft. U moet er vergunning voor hebben en dat kost geld. Stuur mij honderd grote guldens, dan krijgt u van mij vergunning voor een open raam.

Maar Nico Niet in Orde zag ook ramen die dicht waren.

Mocht dat eigenlijk wel? Er waren meer ramen dicht dan dat er open stonden.

Hij vroeg het aan de Koningin van Castricum.

Ze ontstak in woede. Ze hebben geen vergunning voor dichte ramen. Daar moeten ze voor betalen.

Iedereen kreeg een brief en iedereen moest tweehonderd grote guldens betalen. Honderd gulden voor de vergunning voor een open raam en honderd gulden voor de vergunning om het raam dicht te doen.

En zo ging het maar door.

Elke dag kwam Nico Niet in Orde naar het dorp. Ook op de dag dat er een vlag uit hing.

Waarom hangt de vlag uit, vroeg hij aan een meisje. Omdat ik een broertje heb gekregen, zei het meisje. Hij is gisteren geboren.

O, zei de man, en hoe heet hij?

Hij heet Sil zei het meisje.

Nico Niet in Orde sprong op zijn ezel en galoppeerde naar de Koningin van Castricum.

Ma jes teit, ma jes teit er is iets vreselijk niet in orde in het dorp, er is een nieuw jongetje geboren.

Wat, schreeuwde de koningin, zomaar zonder vergunning?

Ja ma jes teit en ze hebben de vlag uitgehangen en het ergste is, ze hebben het kind meteen een naam gegeven

Sil en ook daarvoor hebben ze geen vergunning aangevraagd.

Ik zal ze leren, zei de Koningin van Castricum, driehonderd grote guldens. Honderd gulden voor een vergunning voor het krijgen van een kind, honderd gulden voor het uithangen van de vlag en honderd gulden voor de vergunning om het mormel Sil te noemen.

Goed werk Nico Niet in Orde, zei de koningin, als je nog een keer met zoiets komt uit dat dorp waar iedereen gelukkig was, dan mag je een keer bij me slapen.

Nico klom weer op zijn ezel en galoppeerde naar het dorp.

Maar hoe kon hij een nieuwe slag slaan?

Wat kon hij nog erger niet in orde vinden zodat hij een keer bij de koningin mocht slapen?

Hij dacht diep na op weg naar het dorp. En toen hij de vlag weer zag hangen kreeg hij een geweldig idee.

Dat meisje. Waar is dat meisje?

Hij liep om het huis heen waar de vlag buiten hing en vond haar achter op een schommel. Dat ze voor de schommel geen vergunning hadden bewaarde hij voor later, nu had hij wat beters te doen.

Dag meisje, hoe heet jij?

 Ik heet Sterre, zei het meisje.

Mooi zo, zei Nico Niet in Orde, dat moet je moeder aanvragen.

Wat, vroeg het meisje. Vergunning, zei Nico Niet in Orde. Je mag niet zomaar Sterre heten.

Maar zo heet ik allang, zei Sterre.

Dan wordt het een ontheffing, die kost nog meer.

 

Nico Niet in Orde ging niet meteen terug naar de koningin maar sloop door het dorp. Hij kwam andere kinderen tegen, vroeg aan ze hoe ze heten en schreef de namen op.

Mette, GertJan, Huub, Rickie, Hidde, Lois, Bart, Sandra, Wies, Nathalie, Debbie, Sjoerd, Diana, Brende, Fleur, Nancy, Koen, Sharon, Roos, Tijn, Lisa, Julia, Jip, Tessa, Jan, Britt, Sanne, Quint, Maarten, Skip, Lia, Kai, Pipi en Abe. Alleen Joep sloeg hij over, want hij dacht, die heb ik al, die heet Abe. Van een tweelingvergunning had hij nog nooit gehoord, maar hij had namen genoeg.

Zijn hele papier stond vol.

Allemaal kinderen die zonder vergunning waren geboren en bovendien een naam hadden die niet was aangevraagd.

Toen de koninging de lijst met namen zag van al de kinderen in het dorp waar iedereen gelukkig was geweest, greep ze Nico Niet in Orde bij zijn broekriem en danste een rondje met hem door de kamer.

Honderd keer honderd grote guldens zouden de mensen van het dorp aan haar moeten betalen. Voor een vergunning voor een kind en voor vergunning om het kind bij de naam te noemen.

Nico, je bent mijn man, zei de Koningin.

En daarna mocht Nico Niet in Orde bij haar slapen.

Maar in het dorp kwamen de mensen bij elkaar. Wat moeten we doen, zeiden ze, als dat zo doorgaat moeten we nog vergunning aanvragen voor ademhalen, zei de een, en voor schijten, zie de ander. Dat heet anders, zei de schooljuffrouw.

Ze praatten tot diep in de nacht en kwamen er niet uit.

Tot ome Dick op stond.

Wat zijn we stom geweest, zei hij. Niemand heeft de Koningin van Castricum gevraagd naar haar vergunning.

Welke vergunning, zeiden de mensen.

De treitervergunning. Ja mag mensen niet zomaar treiteren zonder vergunning. Die moet ze aanvragen. En omdat ze ons al een paar jaar treitert moet ze ook ontheffing vragen voor al haar vroegere gezeik. Dat heet anders, zei de schooljuffrouw.

Maar iedereen was het met ome Dick gloeiend eens. Toen Nico Niet in Orde de volgende dag weer op zijn ezel aan kwam kakken - dat heet anders, zei de schooljuffrouw – kreeg hij van het dorp een brief.

Breng die maar naar de Koningin van Castricum en vlug een beetje.

De koningin was blij. Hoera een brief voor mij. Maar toen was de enveloppe nog dicht.

Ze maakte hem open en las wat er in stond.

Ma jes teit, u moet duizend maal duizend grote guldens betalen voor de vergunning om ons te treiteren. En als u niet betaalt kunt u doodvallen.

En dat laatste..........dat deed ze.

En in het dorp leefden de mensen lang en nog gelukkiger.

Wouter Klootwijk