Nieuws

de koe van de buurman

16 december 2017

Zaterdag 17 december stond er een mooi stuk in het Noord Hollands dagblad van Wouter Klootwijk 

De koe van de buurman

Vreemd, maar we doen het. Vlees eten van ver weg. Zeboe uit Brazilië. Zeboe? Dat is een rund, geïmporteerd uit India, dat het in warme gebieden van Zuid-Amerika beter uithoudt dan runderen die in het verleden uit Europa werden gehaald om zich ginder te vermenigvuldigen. Ook uit Noord-Amerika komt vlees tot ons. Van runderen die met mais zijn gevoerd. Vlees van ver wordt lekkerder genoemd. Maar is het dat ook? Lekker zit veel ingewikkelder in elkaar dan een jurk of een fiets. Er komt iets bij kijken wat we emotie noemen. En ook emotie is niet zomaar vast te pakken met een waterpomptang.

Bovendien worden we nogal eens gedwongen om iets hooglijk te waarderen. Door kenners. Ze zeggen eerst achteloos wat het kost, heel veel, om dan indringend te vragen hoe lekker het wel niet is, waar je nu een onbetaalbaar slokje van neemt of een schijfje. Durf maar eens te zeggen dat het je niks doet.

Waarom iets lekker is heeft met geluk te maken, met herinnering en of je je thuis voelt.

Ik verzeilde in een restaurant met een chef met twee sterren in de Michelingids. Niet in de eerste plaats was ik er voor mijn plezier, het ging om zaken. Met wat te schaften tussendoor. En ja hoor, sublieme, wat je noemt, culinaire verrassingen. Speelgoed schoteltjes. Poppenhuismaaltjes. Klein, mooi en overdonderend goed van smaak. Smaak? Tien smaken tegelijk zal ik bedoelen, gevangen in een mespuntje van het een of ander.

Lui die thuis zijn in dit soort gerenommeerde huizen (drie maanden tevoren reserveren) kunnen iets, weten iets, waar ik niet aan kan wennen. Ze weten hoe de dingetjes gegeten moeten worden. In welke volgorde en dan een stukje, de helft, of het hele dingetje ineens omhoog aan de vork en je mond binnen.

Een gerechtje bestond uit een groen blaadje met daarop een tiental verschillende takjes kruid en een groen knikkertje dat een miniatuur bolletje ijs bleek te zijn waar ook weer smaken in bijeen gevroren waren.

Ik loer naar geroutineerde tafelgenoten om te zien met welk gereedschap ze wat doen om iets van zo een groen kleinood binnen te krijgen. Maar het kan gebeuren – en dat gebeurde – dat iederéén loert.

Bij een zak voortreffelijke friet heb je dat niet. En als het niet te hard waait, geniet een normaal mens met zo’n zak langs de weg meer dan te midden van tien beleefde obers die uitvoerig beschrijven wat het hapje helemaal moet voorstellen dat zojuist is opgebaard.

Neem nog eens een koe. Het Japanse wagyu rund. In Nederland te koop voor heel veel geld per kilo. De kans is groot dat het vlees, blind geproefd en zonder uitleg, helemaal niet in het bijzonder op valt. Maar nu de koe van mijn buurman. Bijna het hele jaar in de wei gelopen bij mij achter, waar niets anders groeien wil dan puik gras. Buurman, biologische melkveehouder, brengt er elk jaar een paar naar de slager. Weg uit het zicht. Het dorp is ernaar gaan vragen. Vlees van nog dichterbij bestaat niet. Buurman de boer brengt het nu zelf rond. Ik heb een stuk fijne rib bemachtigd. Het lekkerste vlees ter wereld. Omdat het van rund is uit het paradijs, zuid van het dorp. Iedereen zou zo’n buurman moeten hebben.

Wouter Klootwijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 De koe van de buurman